Historiek: De zoektocht naar een definitieve oplossing voor het categorie A-afval

Aan de oprichting van STORA in 2005 is een hele geschiedenis vooraf gegaan. STORA is zelf de opvolger van de vzw STOLA-Dessel, dat in 2004 haar studie afrondde over de voorwaarden bij een berging van laagactief en kortlevend afval in de gemeente Dessel. Maar ook daarvoor heeft NIRAS, de beheerder van het radioactief afval in België, een hele weg afgelegd in de zoektocht naar een definitieve oplossing voor het ‘categorie A-afval’. We geven hier een overzicht van die historiek.

Jaren ’80 en ’90: technische benadering mislukt

Sinds haar oprichting begin jaren ’80 zoekt NIRAS, de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen, naar een definitieve oplossing voor het Belgisch laag- en middelactief kortlevend afval dat ‘tijdelijk’ bij dochtermaatschappij Belgoprocess in Dessel ligt opgeslagen. Men gaat op zoek naar die plaatsen in België die op basis van de geologische kenmerken geschikt zijn voor de inplanting van een ‘definitieve’ bergingsinstallatie. Het onderzoek heeft begin jaren ’90 een lijst van 98 potentiële sites opgeleverd, verspreid over 47 Belgische gemeenten. Dessel is hier niet bij. Wanneer de plannen kenbaar gemaakt worden, stoot men echter overal op verzet van de bevolking, zodat ze niet uitgevoerd kunnen worden.

1998: start participatieve benadering

In 1998 geeft de federale regering aan NIRAS de opdracht om zich bij haar verdere zoektocht naar een bergingssite te beperken tot de bestaande nucleaire zones (Doel, Tihange, Fleurus-Farciennes en Mol-Dessel) en tot de gemeenten waar de lokale autoriteiten interesse tonen. NIRAS moet bovendien zijn onderzoeken verder voeren in nauw overleg met de lokale bevolking. Hiermee wordt de zuiver technisch-wetenschappelijke aanpak verlaten ten voordele van een nieuwe, participatieve methode. De inwoners van de gemeenten waar deze afvalberging eventueel zou komen, moeten namelijk een zeg krijgen in deze beslissing. Naast een technisch luik, moet er ook een maatschappelijk luik voorzien worden, dat nieuwe perspectieven opent voor de betrokken gemeente.

1999: STOLA-Dessel eerste partnerschap met NIRAS

In 1999 gaat de gemeente Dessel een partnerschap aan met NIRAS om te onderzoeken of een bergingsinstallatie voor categorie-A afval in Dessel zou kunnen en tegen welke voorwaarden. Dit is de vzw STOLA-Dessel.
Later worden ook in Mol en in Fleurus-Farciennes zulke partnerschappen met NIRAS opgericht: respectievelijk MONA in 2000 en PaloFF in 2003. In elk van deze partnerschappen onderzoekt de lokale bevolking in nauw overleg met NIRAS of het technisch mogelijk en maatschappelijk aanvaardbaar is om het categorie A-afval te bergen in de gemeente en tegen welke voorwaarden.
In het totaal zijn 76 Desselaars lid van STOLA-Dessel. Op regelmatige tijdstippen wordt de Desselse bevolking geïnformeerd en bevraagd over de stand van zaken.

2004: het STOLA-rapport

Na vijf jaar studie en overleg komt STOLA in Dessel tot de conclusie dat een dergelijke berging technisch mogelijk en maatschappelijk aanvaardbaar is, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden worden in 2004 opgesomd in het eindrapport van STOLA. Voorop staan veiligheid, gezondheid en milieu. Daarnaast moeten er ook positieve gevolgen zijn voor de Desselaars. En in de toekomst moet de bevolking betrokken blijven bij de nucleaire aangelegenheden in de gemeente. STOLA overhandigt haar rapport aan het gemeentebestuur van Dessel.

2005: de gemeenteraad geeft akkoord

De gemeenteraad van Dessel keurt in januari 2005 het bergingsproject van STOLA unaniem goed, zowel het technische als het maatschappelijke luik. Daarmee heeft de gemeente Dessel een antwoord geformuleerd op de vraag van de regering: het Belgisch laagactief en kortlevend afval kan onder bepaalde voorwaarden in Dessel geborgen worden. De federale regering moet uiteindelijk beslissen waar het afval geborgen zal worden.
Na STOLA stellen ook MONA en PaLoFF een bergingsproject voor aan de gemeenteraad, die zich vervolgens moeten uitspreken over het project. De gemeente Mol keurt het MONA-rapport in april 2005 goed, in februari 2006 beslissen de gemeenten Fleurus-Farciennes om het project stop te zetten.

2005: oprichting STORA in Dessel

In afwachting van de regeringsbeslissing in verband met de berging van categorie A-afval, wordt in april 2005 de vzw STORA opgericht in Dessel, de ‘STudie- en Overleggroep Radioactief Afval’. Via STORA blijft de bevolking betrokken bij de nucleaire aangelegenheden in de gemeente. Twintig Desselse verenigingen uit het maatschappelijke, economische en politieke leven zijn effectief lid van STORA. De vzw STOLA-Dessel houdt officieel op te bestaan, omdat haar taak afgerond is.

2006: de regering beslist

Op basis van de nodige elementen die NIRAS voorlegt, moet de regering kiezen voor één van de geïntegreerde voorontwerpen die ontwikkeld zijn door de partnerschappen STOLA-Dessel en MONA (Mol). Er moet gekozen worden voor een bergingsoptie (oppervlakteberging of diepe berging) en voor een vestigingsplaats. In juni 2006 beslist de federale regering dat het laag- en middelactief en kortlevend afval in Dessel geborgen zal worden, in een bergingsinstallatie aan de oppervlakte.
Dit betekent dat men start met de verfijningen van de voorafgaande studies, om uiteindelijk te komen tot een volledig uitgewerkt bergingsproject. Niet alleen het technische concept van de berging, maar ook de voorwaarden die Dessel gekoppeld heeft aan de bergingsinstallatie moeten concreet ontwikkeld worden. Deze voorwaarden hebben te maken met veiligheid, gezondheid, milieu, blijvende inspraak en positieve impact op de Desselse gemeenschap.
Ook de gemeente Mol wordt betrokken in het verdere besluitvormingsproces. Het participatief proces in Dessel en Mol wordt dus verdergezet, om een maatschappelijk draagvlak te kunnen garanderen.

2007-2017: NIRAS werkt het cAt-project uit

Na de regeringsbeslissing moeten het technische bergingsontwerp én alle voorwaarden die Dessel gesteld heeft, verder uitgewerkt worden. Ze worden samen opgenomen in het ‘cAt-project’. Een cAt-projectteam van NIRAS wordt hiervoor in Dessel geïnstalleerd. In 2010 wordt de eerste versie van het cAt-masterplan geschreven, waarin het project in al zijn onderdelen omschreven wordt, met dus ook de Desselse voorwaarden.

Tot 2013 zitten we in de ontwerpfase waarin NIRAS de nodige vergunningen moet verkrijgen van de overheden en er akkoorden moeten bereikt worden met alle partijen. In 2017 start ook de uitvoeringsfase waarin er gestart wordt met de bouw van de verschillende projectonderdelen en alle deelprojecten gerealiseerd worden. Vanaf 2022 start dan de exploitatiefase waarin het afval effectief in de bergingsmodules geplaatst zal worden.

De verdere planning van de bergingsinstallatie

Labels: 

DIGICAT filmpjes

Op DIGICAT vind je filmpjes over berging laagradioactief afval én over Dessel.

LEES MEER

 

randomness