Begin jaren 2000 werd bij Belgoprocess vastgesteld dat een aantal vaten met radioactief afval gebreken vertoonden. Wij berichtten hier al over in ons STORA-magazine in 2001, 2003 en 2007. Onlangs vroeg en kreeg de STORA-werkgroep Nucleaire Thematiek een gedetailleerde toelichting over de huidige stand van zaken. We geven u hier de essentie mee.
Verroeste en gezwollen vaten
In 2003 werd een omvangrijk inspectieprogramma op poten gezet. Alle vaten die in de verschillende gebouwen van Belgoprocess opgeslagen staan, werden nagekeken op fouten. Nu zijn deze inspecties afgerond. Dit zijn de voornaamste resultaten: Sommige vaten met laagactief afval vertonen roestvorming, zwelling of uitloop van bitumen. Hierbij wordt het bitumen (asfalt) waarin de radioactieve stoffen vermengd zijn, naar buiten geduwd wanneer de druk te hoog wordt door interne gasvorming. Sommige vaten met middelactief afval vertonen roest aan de lasnaad of zijn opgezwollen. Bij de verpakkingen met hoogactief afval werden geen gebreken vastgesteld. In totaal gaat het om ongeveer 4% van de bijna 50.000 vaten. Ook kleine gebreken als krassen of deuken werden meegeteld. Het grootste deel van de verpakkingen (96%) vertoont dus
geen gebreken.
Wat te doen met de 1671 gebrekkige vaten?
Ze worden apart gehouden en regelmatig wordt er gecontroleerd hoe hun toestand verder evolueert. Een aantal vaten werd herverpakt in plastiekfolie of in grotere vaten van betere kwaliteit. Ondertussen zoekt Belgoprocess verder naar de beste definitieve oplossing voor elk vat.
Is dit een gevaarlijke situatie?
Bij het verwerken van radioactief afval worden de radioactieve stoffen eerst behandeld (verbrand, verdampt, chemisch bewerkt…) en daarna vermengd met cement of bitumen (asfalt). Het resultaat is een homogene massa die in een vat wordt gegoten. De radioactieve stoffen zitten in dat mengsel ‘vastgekoekt’ en dat blijft zo, ook wanneer het mengsel uit het vat loopt. Er komen dus geen radioactieve stoffen vrij in het milieu. In het gebouw waar de vaten opgeslagen staan wordt de straling continu gemeten en de luchtfilters van het ventilatiesysteem worden gecontroleerd op besmetting. De gebrekkige vaten veroorzaken geen verhoogde straling binnen in de opslaggebouwen en ook niet daarbuiten.
De oorzaak van de problemen
De oorzaak van de problemen is te vinden in de manier waarop vroeger het radioactief afval verpakt werd. Tot voor 1983 was het de algemene en legale praktijk in Europa dat de vaten gecontroleerd gedumpt werden in de Atlantische Oceaan. Ze waren toen niet bedoeld om heel lang mee te gaan en daarom was er minder aandacht voor de kwaliteit van de gebruikte materialen. Men gebruikte standaard stalen vaten, zonder anti-roest behandeling of andere maatregelen die er ondertussen wel zijn gekomen.
In 1983 werd een internationaal verbod uitgevaardigd op de ‘zeeberging’ en vanaf toen ging men op zoek naar andere en duurzamere behandelings- en verpakkingsmethodes. Omdat de methodes en technieken veranderden in de loop der jaren, is het resultaat vandaag dat er een heel aantal verschillende types van vaten staan opgeslagen bij Belgoprocess, in afwachting van de verhuis naar hun definitieve bestemming (berging in bunkers of onder de grond). Het zal nog een vijftal jaren duren eer de oppervlakteberging in Dessel operationeel is en dus de eerste vaten kunnen verhuisd worden naar hun definitieve bestemming.