Het Belgisch laag- en middelradioactief en kortlevend afval zal in Dessel geborgen worden. Hierbij horen een aantal meerwaardeprojecten, die gegroeid zijn uit de STORA-voorwaarden bij het bergingsproject. Hoe is dat zo gekomen?
Door te aanvaarden dat al het Belgisch laag- en middelactief kortlevend definitief geborgen wordt op haar grondgebied, lost de gemeente Dessel samen met STORA een lang aanslepend probleem op voor het ganse land. Het is niet meer dan billijk dat tegenover deze dienst ook meerwaarden of baten staan voor de inwoners. In de eerste plaats zal voldaan worden aan de STORA-voorwaarden op het gebied van veiligheid, milieu, communicatie en participatie. Daarnaast zijn er ook sociale en economische meerwaarden. Die moeten zorgen voor een bestendig lokaal draagvlak voor het bergingsproject.
NIRAS is in België verantwoordelijk voor het beheer van het radioactief afval. Ze startten een zoektocht naar een definitieve bergingsplaats voor het laag- en middelactief kortlevend afval, eerst vanuit een zuiver technische benadering. Begin jaren 1990 werd duidelijk dat die benadering niet werkte. NIRAS koos noodgedwongen voor een andere aanpak, nu met de nadruk op de participatie van de Belgische gemeenten met een nucleaire zone op hun grondgebied. In Dessel vreesde men dat het laagradioactief afval zou blijven liggen waar het al zo lang ‘tijdelijk’ lag: in de opslaggebouwen van Belgoprocess in Dessel. Met het oog op de veiligheid op lange termijn ging Dessel dus in overleg met NIRAS. Naast Dessel deed men dat ook in Mol, Fleurus en Beveren.
In september 1999 werd de vzw STORA (in de beginjaren ‘STOLA’) opgericht als partnerschap tussen de gemeente Dessel en NIRAS. In 2006 besliste de federale regering dat de bovengrondse bergingsinstallatie in Dessel gebouwd zou worden en dat de Desselse voorwaarden uitgewerkt zouden worden. De regering stelde dat ook de Molse gemeenschap haar belangen mocht verdedigen. Het bergingsproject en de bijhorende lokale voorwaarden kregen langzaam maar zeker vorm, in nauw overleg met STORA. De belangrijkste voorwaarden kennen we vandaag als het Lokaal Fonds, Tabloo en de 3xG-gezondheidsstudie.
Het bergingsproject gaat over 300 jaar: zo lang duurt het vooraleer de radioactiviteit in het afval uitgedoofd is. Dit betekent dat vele komende generaties Desselaars nog betrokken zullen worden bij het project. En ook bij de meerwaardeprojecten. Daarom is het belangrijk om flexibel te zijn bij de uitwerking van de initiële voorwaarden, zodat die relevant blijft in een evoluerende maatschappelijke context. Dit is belangrijk om het lokale draagvlak 300 jaar mogelijk te maken.