Ontmanteling nucleaire installaties

Een nucleaire installatie die niet meer gebruikt wordt, kan niet zomaar afgebroken worden. Ze moet zorgvuldig ontmanteld worden. Ontmanteling houdt in dat de installatie vrijgemaakt wordt van radioactieve besmetting (decontaminatie) en dat het gebouw nadien afgebroken wordt (of hergebruikt). 

In onze regio werden volgende nucleaire installaties ontmanteld: 

  • BR3 reactor (in werking 1962-1987): de eerste drukwaterreactor in Europa, gebouwd op de site van SCK in Mol. Deed dienst als prototype voor de reactoren van Doel en Tihange. Ook de ontmanteling was een pilootproject omdat het de eerste drukwaterreactor was in Europa die ontmanteld werd.
  • Eurochemic (operationeel 1966-1974): ’s werelds eerste opwerkingsfabriek, stond op de site van Belgoprocess in Dessel. Is vandaag grotendeels, maar nog niet volledig ontmanteld.
  • Belgonucleaire (operationeel 1972-2006): gevestigd aan de Europalaan in Dessel, productie van MOX-brandstof (een mengsel van uranium en plutonium) voor kerncentrales wereldwijd.
  • FBFC (operationeel 1973-2011): ook aan de Europalaan in Dessel, productie van brandstofstaven voor kerncentrales.

Ontmantelen stap voor stap

Ontmantelingswerken verlopen altijd onder toezicht van FANC, het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, en kunnen pas starten na het bekomen van een ontmantelingsvergunning.

decontaminatie

Bij een ontmanteling tracht men altijd zo weinig mogelijk radioactief afval te produceren, zowel om economische als om ethische redenen. De installaties worden eerst zoveel mogelijk ontsmet en uit het gebouw gehaald. Daarna worden de betonnen muren, vloeren en plafonds gecontroleerd op radioactieve besmetting. Waar nodig worden de oppervlaktelagen van geactiveerd beton afgeschraapt tot de besmetting verdwenen is ; elke vierkante centimeter wordt tweemaal gemeten. Tenslotte voert FANC zelf nog een extra controle uit van het gebouw. Pas wanneer na dit ganse proces kan worden aangetoond dat er geen radioactiviteit meer aanwezig is, kan het gebouw op de klassieke manier gesloopt worden. 

Het materiaal dat niet gedecontamineerd kan worden, wordt behandeld als radioactief afval. Materialen die wel volledig ontsmet zijn, worden vrijgegeven en kunnen ofwel worden afgevoerd naar een klassiek stort ofwel hergebruikt in bv. de wegenbouw. Aan vrijgave gaan meerdere metingen vooraf, om te garanderen dat de wettelijk opgelegde limieten niet overschreden worden.

Lees meer over sanerings- en declasseringsactiviteiten op de website van NIRAS