Met 19 STORA-leden brachten we op 21 en 22 oktober 2024 een bedrijfsbezoek aan drie sites van ANDRA in Frankrijk. ANDRA is het staatsagentschap dat verantwoordelijk is voor het beheer van het radioactief afval in Frankrijk (de Franse tegenhanger van NIRAS). Een bergingsinstallatie gelijkaardig aan die binnenkort in Dessel gebouwd wordt, is daar al 30 jaar in exploitatie.
Het was een heel leerrijk bezoek!
De site in Frankrijk is duidelijk veel groter dan de Belgische plannen.
De voorwaarden die in België worden opgelegd zijn zeer streng; in ieder geval strenger dan in Frankrijk: hier konden we de site bezoeken en zien hoe het radioactief afval werd uitgeladen en in de berging geplaatst.
Bergingsinstallatie voor laag- en middelactief kortlevend afval
Het Centre de Stockage de l’Aube of CSA is de Franse bergingsinstallatie voor laag- en middelactief kortlevend afval, gelegen in Soulaines-Dhuys in het departement Aube. Al 30 jaar lang wordt er radioactief afval geborgen in modules à rato van gemiddeld vier modules per jaar. In grote lijnen zijn de werkingsprincipes dezelfde als die van de geplande berging in Dessel, met ook veel aandacht voor de veiligheid, het insluiten van de radioactiviteit en het monitoren van de impact op de omgeving (vooral het grondwater).
Het afval wordt van bij de afvalproducenten - voornamelijk kerncentrales en nucleaire (onderzoeks)installaties, maar ook andere industrieën en ziekenhuizen - naar de bergingssite gebracht, waar het in modules wordt opgestapeld. Wanneer een module vol is, wordt die afgesloten met een betonnen deksel. Gemiddeld worden vier modules per jaar opgevuld en afgesloten. Wanneer alle modules vol zijn, binnen naar schatting 50 jaar, wordt een eindafdekking aangebracht bestaande uit verschillende lagen. In totaal (volledig gevuld) is er plek voor 1.000.000 m³ laag- en middelactief kortlevend afval... Ter vergelijking : in de oppervlakteberging in Dessel kan maximaal 73.000 m³ geborgen worden in 34 modules.
Net als in Dessel gaan uiteindelijk ook hier alleen grote groene heuvels overblijven in het landschap. Al zullen de Franse heuvels aanzienlijk groter zijn dan de Desselse, gezien de veel grotere hoeveelheden afval. Naast gelijkenissen zijn er ook verschillen met de geplande berging in Dessel. Bijvoorbeeld op het vlak van conditionering (die in Frankrijk veel meer gedecentraliseerd is: elke producent verpakt zijn afval op zijn eigen manier op zijn eigen site en brengt het zo naar de berging) en constructie (de Franse berging heeft bv. geen vast dak, de modules staan er blootgesteld aan weer en wind totdat de eindafdekking wordt aangebracht, wat nog een paar decennia zal duren), en nog een heel aantal andere.
De verschilpunten zijn te verklaren vanuit de Franse nucleaire realiteit, die erg verschillend is van de Belgische, qua afvalvolumes, verwerkingsmethodes, indeling in afvalcategorieën, transportmethodes, wetgeving, enz…
Ook het feit dat er in Frankrijk simpelweg veel meer ruimte beschikbaar is, heeft zo zijn gevolgen voor de manier waarop de Fransen hun afvalbeheer organiseren. De CSA-site in Soulaines beslaat 95 hectaren en de CIRES-site in buurdorp Morvilliers nog eens 45 hectaren, allemaal gelegen in een zeer dun bevolkt gebied dat zich uitstrekt over vele vierkante kilometers. Als je daar doorrijdt, valt het verschil met de omgeving rond Dessel wel heel erg op.
Bergingsinstallatie voor zeer laagactief afval
In Morvilliers, op zo’n tien minuten rijden van Soulaines, ligt de bergingsinstallatie voor het zeer laagactief afval, het CIRES of Centre industriel de regroupement, d'entreposage et de stockage. In het CIRES bergt ANDRA sinds 2003 het ‘zeer laagactief afval’ op. Het wordt verpakt in containers of ‘big bags’ en dan geborgen in afgeschermde ondiepe kuilen waarop achteraf eveneens een eindafdekking wordt aangebracht. Op termijn blijven ook hier weer een reeks heuvels over in het landschap.
In totaal (wanneer volledig gevuld) biedt het CIRES plaats voor 650.000 m³ zeer laagactief afval. In België bestaat deze aparte categorie niet en wordt het bij het categorie A-afval gerekend.
Ondergronds onderzoekslabo
CIGEO (centre industriel de stockage géologique) is een site in Bure waar ANDRA een ondergronds laboratorium uitbaat in een diepe kleilaag. Ze doen er onderzoek rond een diepe berging voor het Franse hoogradioactief afval. Het labo is vergelijkbaar met het HADES-labo onder Mol, maar dan een stuk dieper (op 490 meter diepte in plaats van 225 meter) en een stuk groter (de totale lengte van de galerijen is 2,7 km). Frankrijk verbruikt dan ook veel meer kernenergie dan België en heeft ook veel meer hoogradioactief afval.
Bovengronds is er een communicatiecentrum en een ruime demo-hal met een aantal proefopstellingen en maquettes. Bezoekers krijgen er een goed beeld van de technische hoogstandjes, én van de enorme uitdagingen waarmee zo’n grootschalig industrieel project te maken krijgt.
Op weg naar een diepe berging
Op de weg naar het realiseren van een operationele diepe berging voor middel- en hoogradioactief langlevend afval staat men in Frankrijk al een stuk verder dan bij ons. ANDRA heeft in 2023 een vergunningsaanvraag ingediend om naast het laboratorium ook de diepe berging zelf te mogen bouwen in Bure. Men hoopt de bouwvergunning te verkrijgen in de komende jaren. Als alles goed gaat zou het eerste afval er kunnen geborgen worden rond 2035 à 2040.
De geplande Franse diepe berging moet in de toekomst plaats kunnen bieden aan niet minder dan 83.000 m³ langlevend afval, waarvan 10.000 m³ hoogactief en 73.000 m³ middelactief. De totale lengte van de ondergrondse bergingsgalerijen zal 270 (!) km bedragen. De totale duur van de operationele periode (bouw + overbrenging van het afval + sluiting) wordt geschat op 120 jaar. Indrukwekkende cijfers... Ter vergelijking: volgens een provisionele planning van Niras (voorgesteld in een werkgroepvergadering, januari 2019) zal men in België genoeg hebben aan ongeveer 30 km aan ondergrondse galerijen om het Belgisch langlevend afval veilig in op te bergen. Volgens die planning wordt de totale duur van de operationele periode in België geschat op zo'n 85 jaar. Al leert de ervaring dat we in deze context zeer voorzichtig moeten zijn met jaartallen en termijnen, ze geven wel een idee van het enorme werk dat ons (of beter: Niras, voor ons) nog te wachten staat.
Over het overleg met de lokale bevolking (inspraak en participatie) kwamen we weinig te weten. Het moet gezegd dat we in de omgeving van vooral Bure wel een aantal borden opmerkten die doen vermoeden dat sommige inwoners een andere bestemming in gedachten hebben voor die vele hectaren landbouw- en natuurgebied.